OV-concessie

Wanneer de provincie Noord-Holland in de laatste dagen van 2001 inderdaad haar eerste aankondiging van het aanbesteden van openbaar vervoer in de provincie heeft gedaan, ontvangt het voor het plaatsen van die advertentie 400.000 gulden (€220.000). Dat bedrag stelt de rijksoverheid beschikbaar aan iedere vlugge vogel die voor 2002 over gaat tot het aanbesteden van zijn openbaar vervoer. Gestimuleerd door een premie van vier ton behoort Noord-Holland tot de kopgroep van regionale overheden die op zoek gaat naar een exploitant voor haar openbaar vervoer.
De besteding van die vier ton moet naar mijn mening zoveel mogelijk in de sfeer van openbaar vervoer geschieden.
Als VVD-er staat het openbaar aanbesteden van openbaar vervoer mij zeer aan. Niet meer klakkeloos met de NZH, Centraal Nederland of Connexxion in zee, maar op basis van vooraf bepaalde criteria de beste aanbieder van openbaar vervoer voor ons gebied er uit kiezen. Dat betekent wel, naast duidelijke voorwaarden van de zijde van de provincie als concessieverlener, een serieus aanbod aan vervoerbedrijven die geïnteresseerd zijn om het openbaar vervoer te verzorgen. Wat dat laatste betreft heb ik mijn twijfels; hoeveel gegadigden zijn er eigenlijk om ons openbaar vervoer te verzorgen? Blijft het bij Connexxion en nog twee grote busbedrijven? Dan kun je nauwelijks van marktwerking spreken. De vrees bestaat dat het openbaar vervoer vanaf 2002 wordt verzorgd door een oligopolie – een klein aantal aanbieders op een formeel maar feitelijk niet transparante markt. In een dergelijke markt is er weinig sprake van een prikkel om zo goed mogelijk te resteren en een hoe service te bieden, terwijl de provincie de kans loopt daarentegen een hoge prijs te betalen voor de inkoop van openbaar vervoer.
Wat zijn voor de VVD trouwens de voorwaarden verder wat betreft aan te besteden openbaar vervoer? Het openbaar vervoer moet voor ons aan een aantal uitgangspunten voldoen: betaalbaar, toegankelijk, aaneengesloten, aantrekkelijk.

Betaalbaarheid
De betaalbaarheid is in eerste instantie een kwestie van de provinciale overheid. Die legt jaarlijks vele euro’s bij om de bussen te laten rijden, nog voor dat de passagier de strippenkaart heeft afgestempeld. Ook als de Noordhollander niet in de bus stapt en betaalt per strip, kost het laten functioneren van een buslijnennet de gemeenschap geld, veel geld. Ik was enige tijd geleden bij een promotiebijeenkomst openbaar vervoer. Ik kwam met de bus en de trein. Alle andere aanwezigen, allemaal mensen die zich al dan niet professioneel bezorg tonen om de toekomst van het openbaar vervoer, kenden de bus wel: als we op vakantie zijn dan gaan we met het openbaar vervoer.

Toegankelijkheid
De toegankelijkheid van openbaar vervoer is voor de VVD een serieus punt: daarzonder faalt iedere inspanning. Daarom ouden wij graag zien dat de ov-taxi betaald kan worden op dezelfde wijze als de bus: met de strippenkaart. Dat kan wettelijk niet en daarom kijken wij reikhalzend uit naar een alternatief voor de strippenkaart die op de termijn van enkele jaren kan worden verwacht en die als betaalmiddel in bus en ov-taxi dienst kan doen.
Een ander punt van toegankelijkheid betreft het busmaterieel. Naast stadsbussen moeten ook streekbussen zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor mindervaliden, ouderen met rolators en ouders met kinderwagens. Een meerderheid in de statencommissie ondersteunde ons pleidooi op dit terrein. Dat betekent niet dat alle bussen onmiddellijk vernieuwd dienen te worden, maar wanneer een bus aan vervanging toe is, dan moet het een bus met lage instap, vlakke vloer en dergelijke voorzieningen worden.

Aaneengesloten
Wil de bus een aantrekkelijk alternatief zijn voor autogebruik dan moeten buslijnen en andere vormen van openbaar vervoer op elkaar aansluiten. De Concessieverlening biedt het juiste moment om daaraan eisen te stellen. Niet voor niets verlangt de provincie een op basis van tien criteria geformuleerd aansluitingenplan van de vervoerder.