Daadkracht en een harde aanpak

Ruben Vis

Wat vind u daar nou van, vroeg de verslaggeefster van Radio en Televisie Noord-Holland. Eerder dit jaar was een Joodse broodjeszaak in Alkmaar doelwit van vandalisme, een aanslag, een daad van antisemitisme? Met strijkers was een ontploffing teweeg gebracht. De politie was nog niet zeker van haar zaak en onderzocht een mogelijk motief: vandalisme of antisemitisme? Daar kan de tv-ploeg niet op wachten. Moeilijk een antwoord te geven. Politiek correct zeg ik: afwachten wat het politieonderzoek oplevert.

Zodra de verslaggeefster met haar eerstvolgende vraag mij de mogelijkheid biedt, verbreed ik het onderwerp en steek van wal tegen een Noord-Hollands provinciebestuur dat niets doet wanneer steeds duidelijker is dat Nederland sociaal uiteen valt. De regering tracht 16 miljoen mensen te binden, gemeentelijke overheden doen er in Amsterdam, Rotterdam of Hoorn ieder op hun manier alles aan de boel bij elkaar te houden, integratie te bevorderen of radicalisering te bestrijden. Wat doet de provincie Noord-Holland?

De commissaris van de koningin, met als primaire taak een samenbindend element te zijn, komt niet verder dan: Theo van Gogh betaalde een hoge prijs voor het uiten van zijn mening. Een hoge, meneer Borghouts? De allerhoogste, n.l. de dood en op een afschuwelijke wijze aan hem voltrokken. En verder doet hij hoegenaamd niets.

Uit een in het voorjaar 2004 in opdracht van de minister van OC&W gehouden onderzoek onder leraren in het middelbaar onderwijs bleek, dat ca. 50 procent van hen regelmatig te maken heeft met antisemitische uitingen en ontkenningen van de Holocaust. Dus luidde mijn vraag: Wat hebben de commissaris en gedeputeerde staten met de uitkomsten van dit onderzoek gedaan? Wordt 60 jaar bevrijding in 2005 aangegrepen om de ontkenning van de Holocaust, en andere uitingen van vreemdelingenhaat onder middelbare scholieren, aan te pakken?

“Het bestrijden van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme, verschijnselen die ons ook zorgen baren, maakt intrinsiek deel uit van ons beleid.” Een nietszeggende uitspraak. “Wij ondersteunen waar dit voor de provincie nuttig en nodig is initiatieven die ten doel hebben historische kennis en verdraagzaamheid te bevorderen.” Kortom, als er geen verzoeken komen om geld, dan doen we zelf niets, helemaal niets. Behoudens het plegen van enige lippendienst op een afgevlakte wijze.

In tijden dat steeds meer leerlingen niet integreren maar zich dissociëren van de Nederlandse samenleving, het over Nederlanders hebben als ze niet zichzelf maar autochtonen bedoelen, dan is er werk aan de winkel. Voor iedere bestuurslaag is het tijd om aan te pakken in plaats van af te wachten. Dus zei ik voor de camera van RTV Noord-Holland, onze regionale nieuwszender: ik verwacht van de provincie daadkracht en een harde aanpak.

Toen ik het item over de Joodse broodjeszaak in Alkmaar later terugzag, werd met mijn ferme aanval op het provinciebestuur afgesloten. Alleen had de tv-regie besloten dat het betrekking moest hebben op de vernieling in de broodjeszaak. Waar van op dat moment helemaal niet vaststond of er een antisemitisch motief achter stak en waar een rol is weggelegd voor de Noord-Hollandse politie, niet voor de politiek. ’t Scheelt een letter, maar ik dacht dat ik duidelijk genoeg was geweest.