Rotterdams pleidooi voor hoofddoekverbod: deelgemeente
keert rug naar eigen bevolking
Ruben Vis in: Rotterdams Dagblad, maart 2005
De voorzitter van de Rotterdamse deelgemeente Charlois
wil voor ambtenaren het dragen van een hoofddoek verbieden. Het
brengt de onafhankelijkheid en neutraliteit van de overheid
in gevaar. De overheidsdienaren vormen een afspiegeling van de
bevolking, sommigen met een hoofddoek op. Op oude platen
staan Joden afgebeeld in van hun omgeving afwijkende kledij.
Ze vonden een oplossing om hun religie te combineren met een functie
als ambtenaar of minister. Daar moet en zal ongetwijfeld vanuit
de moslimgemeenschap ook aan worden gewerkt. De overheid mag daar
best een handje bij helpen. Een hoofddoekverbod leert nièt
dat er vrijheid bestaat voor wat betreft de persoonlijke levenssfeer.
En de bescherming daar van. Ook voor deelgemeenteambtenaren.
'Ik
ben de staat,' zei ooit een Franse despoot. De waarheid ligt toch
wel opgesloten in deze brute uitspraak. Want de staat is er om
die bevolking te (be)dienen en een zekere ordening in de maatschappij
te bereiken of te waarborgen. De staat is een weerspiegeling van
haar bevolking. Tot de bevolking in de 'staat' Charlois, behoort
een belangrijk deel tot een geloofsgemeenschap waar vrouwen een
hoofddoek dragen, ook binnen, en dus ook op hun werk.
Liever niet openbaar
Een stroom van kritiek volgt, ook uit zijn eigen PvdA. Deelgemeentevoorzitter
Dick Lokhorst tracht vervolgens de schade te beperken, maar glijdt
pijnlijk uit wanneer hij verklaart: ,,Achteraf bezien had de brief
zich slechts kunnen beperken tot het stellen van de meest relevante
vragen. De toelichting en overwegingen hadden beter achterwege
gelaten kunnen worden.'' De bestuurder van Charlois maakt daarmee
duidelijk dat hij achteraf de eigen opvattingen die verwoord zijn
in de toelichting en de overwegingen, liever niet openbaar had
gemaakt. Het is daarmee net als met de vrees die het deelgemeentebestuur
tracht te bestrijden. Wat ligt er verborgen onder de hoofddoek?
Daar gaat het om, niet om de kledij op zich. Voor zover je een
ambtenaar omwille van diens opvattingen kunt beperken in zijn
functioneren.Nu
weten we tenminste van het deelgemeentebestuur van Charlois hoe
het denkt. Het vindt dat de doek voor veel mensen symbool staat
voor een leefwijze of gedachtegoed die niet strookt met de Nederlandse
waarden en normen. Het gaat in hun ogen om de gelijkwaardigheid
van mannen en vrouwen, gebaseerd op de persoonlijke vrijheid om
het eigen leven geheel naar eigen inzicht in te richten.
Niet passend in Nederlandse waarden en normen
Weet het deelgemeentebestuur wat er om gaat onder de hoofddoek
en zo dat het geval is, is dat aanleiding om de hoofddoek (en
de drager?) te weren. Ja, zegt men in Charlois. Een ambtenaar
met een hoofddoek op vormt een uiting van een denken dat niet
past in de Nederlandse waarden en normen. Dat drukt het dragen
van de hoofddoek uit. Waarschijnlijk is een man met een korter
of langer baardje de volgende die er aan moet geloven. De baard
scheren want anders denkt de klant die voor zijn paspoort komt,
of zich beklaagt over een bouwplan, dat de ambtenaar zijn vrouw
of iedere vrouw minderwaardig vindt. Da's inderdaad geen mooie
gedachte. Maar de vraag is of de deelgemeente tegen een moslim
met een baardje of een mohammedaanse vrouw met een doek op, kan
zeggen: er is hier voor jou geen plaats, zolang je het uiterlijk
kenmerk vertoont van een vrouwenonderdrukker of iemand die kiest
(?) daaronder gebukt te gaan.
Visje op z'n auto
Knap van Charlois om te weten wat nog wel en wat niet meer binnen
onze waarden en normen valt. Dan zouden sportteams gemengd
moeten zijn. Want de enige typische Nederlandse teamsport, korfbal,
wordt gemengd, gespeeld. Is vrouwen- en mannenhockey, vrouwen-
en herenvoetbal daarmee een voorbeeld van ongelijkwaardigheid
van man en vrouw? In een synagoge spreken vrouwen achter een hek
hun gebeden uit. Pleit dat voor een verbod op het dragen van een
keppeltje? Past dat gedrag binnen de akkoord bevonden waarden
en normen? Hoe om te gaan met een ambtenaar die een klein kruisje
aan een ketting draagt, of een visje op z'n auto heeft. De meerderheid
van de Nederlanders is niet gelovig. Een flink deel zelfs antireligieus.
Weg kruisje om de ambtelijke nek, want niet passend in onze waarden
en normen? En die auto om die reden weren van deelgemeentelijke
parkeerterreinen.
Oplossing
Er is maar één antwoord: de overheidsdienaren vormen
een afspiegeling van de Charloise bevolking, sommigen met een
hoofddoek op. Joden wonen hier vierhonderd jaar. Op oude platen
staan ze afgebeeld in van hun omgeving afwijkende kledij. Na verloop
van tijd integreerden zij, met behoud van hun waarden en normen.
Ze vonden een oplossing om hun religie te combineren met een functie
als ambtenaar, wethouder, burgemeester of minister. Daar moet
en zal ongetwijfeld vanuit de moslimgemeenschap ook aan worden
gewerkt. De overheid mag daar best een handje bij helpen. Een
hoofddoekverbod is echter niet de juiste weg. Het leert niet dat
er vrijheid bestaat in dit land voor wat betreft de persoonlijke
levenssfeer. En de bescherming daar van. Ook voor deelgemeenteambtenaren.
|